Geen water te diep
Toen zoonlief nog een kleuter was, gingen we toeristen-in-eigen-stad. We trokken naar het Gravensteen, fantaseerden over ridders en zwaarden en gingen vervolgens een ijsje likken in het gras naast de kasteelgracht. Met pretlichtjes in zijn ogen en kuiltjes in zijn wangen toonde hij me even later trots zijn chocoladesmoeltje. Het bruine goedje zat tot in zijn wenkbrauwen. Toch leek zoonlief properder dan de waterloop naast hem. Een smurrie die er al even bruin uitzag als het chocoladeijsje, al waren de brokjes hier geen stukjes cacao maar blikjes, brikjes, plastic zakken en sigarettenpeuken.
Het zwerfvuil in onze Gentse waterlopen was later de aanleiding tot zoonliefs verontwaardiging over hoe wij - mensen - met onze omgeving omspringen. Op haar beurt, werd zijn verontwaardiging de aanleiding tot mijn studies milieuwetenschappen even later. Intussen weet ik dat het probleem veel dieper reikt dan zwerfvuil. In tegenstelling tot plastic flesjes, zijn zware metalen, pesticiden of PFOS met het blote oog niet zichtbaar. De heisa rond de waterkwaliteit van de Seine op de Olympische Spelen afgelopen zomer is een discussie die we ook hier kunnen voeren. Volgens cijfers van VMM uit 2023 blijkt dat slechts 1 van onze 195 Vlaamse waterlichamen in goede ecologische toestand verkeert. 36% scoort matig, 64% ronduit slecht of ontoereikend.
Organisaties als Waterland vzw trekken dan ook terecht aan de alarmbel. Eerder dit jaar brachten zij met het burgerwetenschapsproject Watermonsters onze waterkwaliteit in kaart. Meer dan één derde van hun metingen vertoonde te hoge waarden voor E-coli, een bacterie die in onze stoelgang voorkomt en vooral door overstorten in onze waterlopen terechtkomt. In slechts iets meer dan de helft van de metingen bleek het water van voldoende kwaliteit om veilig te zwemmen. Het onderzoek is gestoeld op momentopnames en mag dan ook niet zomaar veralgemeend worden. Wel toont het dat er best nog veel werk is aan de winkel, zeker als we meer zwemwater willen bieden in Vlaanderen.
Het nieuwe regeerakkoord noemt zwemmen in open water een recht: ‘zwemmen zal overal toegestaan zijn, tenzij op plaatsen waar het expliciet door de (lokale) overheid verboden wordt’. Mooi doel, maar dan moet de waterkwaliteit wel stevig opgekrikt worden. Gemeentes kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Zo moet grondig nagedacht worden hoe we de vervuiling kunnen opvangen van de laatste 10% Vlaamse woningen die nog niet op een rioleringsstelsel zijn aangesloten. Bovendien kan het aantal keren dat overstorten in werking treden drastisch verminderd worden door een overtollige toestroom naar de riolering te vermijden. Ingrepen zoals ontharding op het openbaar domein en betere infiltratie door bijvoorbeeld gemeentelijke wadi’s kunnen daar veel toe bijdragen. Ook het afkoppelen van regenwater van private daken kan de overstort-frequentie ingrijpend verminderen.
Veel werk aan de winkel dus, maar daar staat een grote beloning tegenover: speelplezier voor kinderen, lichaamsbeweging voor volwassenen en het aanbieden van oefenplekken om de zwemvaardigheden bij te schaven - een niet te onderschatten skill, zo leerde vorige zomer ons. Bovendien toont een Schotse studie uit 2023 aan dat mensen die in open water zwemmen voordelen ondervinden op vlak van fysiek én mentaal welzijn.
Natuurlijk heeft niet alle water zwem-potentieel. Koude onderstromen en onvoorspelbare stromingen kunnen zwemmen in sommige waterlopen bijzonder gevaarlijk maken. Toch liggen ook daar veel mogelijkheden voor levenskwaliteit, recreatie en biodiversiteit. Water, zeker in combinatie met oevervegetatie en bomen, zorgt voor verkoeling in de stad. Leuk meegenomen nu de klimaatverandering voor steeds meer hittegolven zorgt. Het zorgt voor een lokale boost aan biodiversiteit, want biedt een habitat aan libellen, kikkers, padden en salamanders. Het is bovendien pakken aangenamer vertoeven aan een vegetatierijke oever dan op een verhard plein. Mensen ondervinden meer mentale rust bij bloeiende kattenstaart, beekpunge of zwanenbloem dan bij asfalt en tegels.
Daarnaast liggen trouwens veel kansen in het openleggen van waterlopen. In de voorbije decennia zijn veel waterlopen ingebuisd om plaats te maken voor de auto, om ratten te weren of stank te elimineren uit de stad. Maar de trend keert. Steeds meer gemeenten nemen het initiatief om die waterlopen opnieuw open te leggen, zoals Leuven deed met de Dijle of Gent aan de Reep. Dat biedt nieuwe perspectieven. Nog veel meer dan bij het herinrichten van reeds toegankelijke waterlopen, kan bij deze projecten nagedacht worden over het ‘maximaal ecologisch mogelijke’, zoals Bennetsen en co in hun boek Weg Van Water zo mooi verwoorden. Laat ons hier vooral dúrven dromen over de mogelijkheden vooraleer we onze verbeelding laten fnuiken door de limieten die de omgeving oplegt. Alleen zo kunnen we op zoek naar het echte potentieel van de nieuwe blauwe zone.
Als we hierin slagen, kan ik misschien binnenkort met mijn zoon een ijsje likken aan een zuivere waterloop. Eéntje waarin we kunnen pootjebaden in hoogzomers. Eéntje dat gonst van het insectenleven aan de oever. Eéntje waar vissen aan onze tenen komen knabbelen. Misschien zal zijn verontwaardiging dan afnemen en kan híj later een studie kiezen vanuit een andere motivatie dan het gevoel de wereld te moeten redden.
Anke de Sagher
Deze column over (zwem)water is verschenen in het vierde nummer van 2024 van Groencontact, het vakblad van de Vereniging voor Openbaar Groen (VVOG).
Reacties
Een reactie posten